Op zoek naar informatie over een psychische klacht of aandoening?

Klik hier voor een A-Z overzicht van enkele belangrijke psychische klachten »

Tijd om normaal te doen over psychische problemen

Wat zijn de risicofactoren?

Autisme is een aangeboren afwijking. Ze is voor 90 procent erfelijk bepaald.

Vroeger werd gedacht dat autisme zou ontstaan bij kinderen die opgroeien bij een kille, afstandelijke moeder. Vandaag beseft men dat het omgekeerd is: moeders van kinderen met autisme leren zich op een bepaalde manier gedragen tegenover hun kind zodat dit kind hen beter verstaat. Kinderen met autisme worden bijvoorbeeld niet graag geknuffeld. Een moeder die zich goed aan haar autistisch kind heeft aangepast, kan daardoor voor de buitenwereld overkomen als ‘kil’.

Wat kun je zelf doen?

Heeft iemand uit je omgeving autisme? Deze tien tips kunnen helpen om beter met hem/haar om te gaan:

  • Mensen met autisme begrijpen de sociale regels vaak niet. Word niet boos als je bijvoorbeeld niet vriendelijk begroet wordt. Vraag gerust zelf een kopje koffie als je het niet krijgt. Bedenk dat iemand met autisme niet onbeleefd wil zijn als hij je niet aankijkt.
  • Verwacht geen reacties op je emoties of op non-verbale communicatie.
  • Leg altijd goed uit wat je gaat doen en vraag daarna of hij het goed begrepen heeft.
  • Schreeuw niet of praat niet met harde stem. Mensen met autisme kunnen hier hard van schrikken.
  • Raak iemand met autisme niet aan als het niet nodig is.
  • Stel eenvoudige vragen en geef eenvoudige instructies. Vertel of vraag altijd maar één ding tegelijk.
  • Gebruik geen woorden met een dubbele betekenis. Iemand met autisme kan het woord ‘vliegangst’ bijvoorbeeld opvatten als ‘angst voor een vlieg’.
  • Vermijd ironie. Bedenk dat mensen met autisme de dingen doorgaans letterlijk opvatten.
  • Gebruik zoveel mogelijk schema’s, agenda’s, pictogrammen en geschreven instructies om iets duidelijk te maken.
  • Vermijd onoverzichtelijke of onvoorspelbare situaties.

Hoe wordt het behandeld?

Er bestaat geen behandeling die het autisme zelf kan genezen. Behandelingen zijn er daarom vooral op gericht om zo goed mogelijk te leren leven met autisme en om, indien nodig, de taalontwikkeling te bevorderen.

Medicatie kan helpen om een aantal extra psychische problemen zoals driftbuien of agressiviteit, angst of depressie te verminderen.

Er bestaan een aantal goede tips om beter te leren omgaan met mensen met autisme. Deze lees je onder het kopje ‘Kun je zelf iets doen?’.

Thuisbegeleiding

In elke provincie zijn er thuisbegeleidingsdiensten die mobiele en ambulante begeleiding (opvoedingsondersteuning en psycho-sociale begeleiding) aanbieden voor gezinnen met een persoon met autisme. Thuisbegeleiding is er zowel voor kinderen, jongeren als volwassenen met een autisme spectrum stoornis. Thuisbegeleiding bij kinderen wil in de eerste plaats opvoedingsbijstand aan de ouders verlenen. Dit wil zeggen dat de hulpverlening primair gericht is op de ouders en samen met de ouders wil helpen zoeken naar oplossingen om concrete vragen aan te pakken. 


Wat is het?

Autisme is een ontwikkelingsstoornis. De hersenen van kinderen met autisme ontwikkelen zich anders dan bij de meeste mensen. Daardoor verwerken mensen met autisme de prikkels uit hun omgeving (alles wat ze horen, zien, ruiken, voelen…) anders. Ze ervaren deze prikkels als losse informatie, waardoor het moeilijk is er een logisch geheel van te maken. Dat maakt het lastiger om de wereld rondom zich te begrijpen. 

Bij autisme kunnen er extra psychische problemen ontstaan zoals dwangmatig gedrag of depressie. Mensen met autisme hebben ook vaker last van angsten en woedeaanvallen. 

Moeilijke communicatie

In contact komen met anderen is moeilijker, omdat mensen met autisme zich moeilijker kunnen inleven in anderen. 

Hun manier van communiceren is verschillend: ze nemen woorden vaak letterlijk en hebben moeite om non-verbale taal zoals gebaren, gelaatsuitdrukkingen, intonatie te begrijpen. Bij kinderen met autisme komt de taal vaak pas laat tot ontwikkeling en soms zelfs helemaal niet. 

Mensen met autisme kunnen zich moeilijk een voorstelling maken van iets dat niet aanwezig is. Daardoor kunnen ze zich vaak moeilijk voorbereiden op zaken. Ze hebben ofwel weinig fantasie ofwel net heel veel fantasie, en dat kan angstige gedachten opleveren. 

Mensen met autisme hebben vaak interesse voor maar een of twee voorwerpen. Ze kunnen eindeloos hetzelfde doen. Die sterke gerichtheid, vaak op details, kan handig van pas komen in bepaalde jobs. Ze houden er ook van dat alles zoveel mogelijk hetzelfde blijft en dat iedereen in hun omgeving zich aan vaste routines houdt. Dat maakt de wereld begrijpelijker. 

Verschillende vormen

Er bestaan verschillende vormen van autisme. Daarom spreken we doorgaans van autismespectrumstoornis. Mensen met het syndroom van asperger bijvoorbeeld hebben doorgaans dezelfde klachten als bij het klassieke autisme, maar hebben wel een goed ontwikkelde taal. 

Ongeveer 1 procent van de bevolking heeft autisme. In Vlaanderen komt dat neer op 40.000 tot 60.000 mensen. Autisme komt vijf keer meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

Leeswijzer

  • Met autisme valt goed te leven! Een praktisch boek voor ouders, partners en hulpverleners. - R. Broersen; e.a. - ISBN 9789021551678
  • Autisten liegen niet: 10 jonge autisten op weg naar zelfstandigheid. -
    A. Dijkstra – ISBN 9789043511483
  • Mijn hoofd heeft het nogal druk vandaag: een moeder, een zoon, en hun wonderlijke reis in de wereld van autisme. - G. Derbyshire –
    ISBN 9789020997798
  • Autisme in mij: een interactief informatieboek. - N. van Kordelaar; e.a. -
    ISBN 9789085605942
  • Autipower! Succesvol leven en werken met een vorm van autisme. -
    H. Jansen; e.a. - ISBN 9789078709091

Deze boeken zijn hier te ontlenen.