Op zoek naar informatie over een psychische klacht of aandoening?

Klik hier voor een A-Z overzicht van enkele belangrijke psychische klachten »

Tijd om normaal te doen over psychische problemen

Wat zijn de risicofactoren?

Dwangstoornissen ontstaan meestal door een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren.

Bepaalde mensen hebben een grotere biologische aanleg voor dwangstoornissen en deze kan ook erfelijk zijn. Bepaalde biochemische processen in de hersenen lopen anders bij mensen met een dwangstoornis dan bij andere mensen.

Ingrijpende gebeurtenissen, zoals het overlijden van een dierbare of een ontslag, zijn de sociale factoren die een dwangstoornis in de hand kunnen werken.

Ook psychische factoren spelen een rol, onder meer slecht raad weten met emoties en spanningen.

Wat kun je zelf doen?

Merk je dat je dwanggedachten hebt die je alleen maar kan stoppen door bepaalde handelingen uit te voeren, zoek dan zo snel mogelijk professionele hulp.

Zo vermijd je dat je in een vicieuze cirkel terechtkomt waarbij de dwangstoornis zulke proporties aanneemt dat ze een normaal leven onmogelijk maken. Een huisarts zal je kunnen doorverwijzen naar een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg in je buurt of een gespecialiseerde therapeut. Gaat het om een ernstige stoornis, dan kan een opname in een psychiatrisch centrum aangewezen zijn.

Volgende tips kunnen je helpen om met de dwangstoornis om te gaan:

  • Probeer met mensen te praten over je gedachten en gevoelens.
  • Zet voor jezelf op een rijtje welke dwanghandelingen je hebt, hoeveel tijd ze in beslag nemen en wat je erbij voelt en denkt. Hou hier eventueel een dagboek over bij.
  • Probeer zo weinig mogelijk toe te geven aan de angst en de onrust en probeer de moeilijke situaties niet te vermijden.
  • Doe ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Deze kunnen helpen om moeilijke situaties het hoofd te bieden.

Hoe wordt het behandeld?

Dwangstoornissen zijn meestal vrij goed te behandelen. 

Gedragstherapie is de meest aangewezen therapie. In deze therapie worden mensen getraind om de dwanggedachten te doorstaan zonder de dwanghandelingen uit te voeren of via de training worden dwanghandelingen beetje bij beetje afgebouwd. De therapie vergt een grote inzet van de patiënt, maar heeft in 80 procent van de gevallen een goed resultaat.

Ook medicijnen kunnen helpen om de dwangstoornissen te verminderen. Met name de nieuwste vorm van antidepressiva, die inwerken op de opname van serotonine in de hersenen, heeft een goed effect.

Wat is het?

Dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies) zijn de onlosmakelijk met elkaar verbonden aspecten van een dwangstoornis.

Dwanggedachten zijn méér dan zomaar gedachten die je gedurende langere tijd bezighouden. Het zijn steeds terugkerende gedachten of denkbeelden die akelig en onrustwekkend zijn. Mensen zijn zich er vaak wel van bewust dat ze irrationeel zijn, maar toch helpt dit niet om ze tegen te houden.

Ritueel

De enige manier om ze te stoppen lijkt te zijn om bepaalde rituele handelingen uit te voeren. Als mensen met een dwangstoornis verhinderd worden om hun dwanggedrag te stellen, worden ze ook vaak enorm angstig. Dwanghandelingen zijn niet noodzakelijk zichtbaar, ze kunnen zich ook in het hoofd van de persoon afspelen: we spreken dan van gedachterituelen.

Bekende dwanghandelingen zijn was- en poetsdwang, als een antwoord op smetvrees, controledwang, dwanggedachten over geweld of een dwangmatige perfectie of netheid.

Er is niets mis met persoonlijke hygiëne nastreven, je huis graag netjes houden, controleren of het gasfornuis uitstaat of de deur op slot is. Iedereen heeft ook wel enkele persoonlijke ritueeltjes die kunnen helpen met spannende situaties, zoals wanneer je een examen of een sportmatch tot een goed einde wil brengen.

We spreken pas van een dwangstoornis als het gaat om gedachten:

  • waarvan je beseft dat ze overdreven zijn – een irrationele angst om besmet te worden, de angst dat je huis gaat ontploffen, dat je je kind iets gaat aandoen.
  • waarvan je het gevoel hebt dat ze niet van jezelf zijn maar je leven overheersen.
  • als de bijbehorende dwanghandelingen maken dat je geen normaal leven meer kan leiden.

Je wast bijvoorbeeld je handen tot bloedens toe en durft niet meer bij andere mensen op bezoek te gaan wegens je smetvrees. Of je wil zo vaak het gasfornuis controleren dat je er niet meer in slaagt het huis uit te gaan.

De stoornis begint meestal tijdens de jonge volwassenheid en soms al in de kindertijd. De symptomen zijn in het begin vaak eerder onschuldig maar in tijden van stress worden ze erger. Dwangstoornissen komen vrij veel voor, bij ongeveer 2,5 procent van de bevolking. Mensen die erdoor getroffen zijn schamen er zich vaak voor en proberen de dwanghandelingen te verbergen. Maar het is altijd beter om er met je omgeving over te praten en hulp te zoeken.

Hier een filmpje hoe Marie haar OCD beleeft.

Leeswijzer

  • Oorlog in mijn hoofd: het waargebeurde verhaal van Karen. - Driessen, A. – ISBN  9789079552696
  • Ik voel me zo lelijk: ingebeelde lelijkheid of Body Dysmorphic Disorder. – B. van Heycop ten Ham – ISBN 9789461057358
  • Het moet, moet, moet! Over normale en abnormale dwangverschijnselen. – M. Kwee; e.a. – ISBN 9789461054135
  • Slaaf van mijn gedachten: de behandeling van een dwangpatiënte. –
    M. van Santen – ISBN 9789046810545

Kinderen en jongeren:

  • Bedwing je dwang: werkboek. - Wolters, L.; e.a. – ISBN 9789031360093
  • Wat kun je doen als je gedachten vastlopen. Een help-oefenboek voor kinderen met OCS. - Huebner, D.; e.a. – ISBN 9789085605751

Deze boeken zijn hier te ontlenen.