Op zoek naar informatie over een psychische klacht of aandoening?

Klik hier voor een A-Z overzicht van enkele belangrijke psychische klachten »

Tijd om normaal te doen over psychische problemen

Luk Dewulf: ‘Thuiszitten met een burn-out helpt meestal niet'

In haar strijd tegen burn-outs beperkt de Franse over-heid werkmail in privétijd. Ook in ons land hebben burn-outcoaches de handen vol. En ja, ook zij botsen al eens op hun grenzen. Luk Dewulf: ‘Al die feelgoodzinnetjes die ik als coach gebruikte, zeiden me niets meer.’

Vergeleken met vijf jaar geleden zitten dubbel zoveel dertigers langdurig ziek thuis, bleek onlangs uit cijfers van Securex. Het aantal burn-outs blijft maar toenemen, tot wanhoop van overheden en werkgevers.

Met zijn boek ‘Stop burn-out’ gooit coach Luk Dewulf (49) ruim tien jaar praktijkervaring in de strijd. Hij coachte al tal van werknemers en leidinggevenden die tegen hun grenzen aanliepen. Maar hij weet ook hoe het voelt om met je kop tegen de muur te knallen. 

‘Eind 2014 besliste ik weg te gaan bij het bedrijf dat ik mee had opgericht. Een emotioneel proces. Ik had dat zwaar onderschat. Bovendien was ik met duizend- en-een projecten tegelijk bezig’, vertelt hij. ‘Plots ging het licht uit. Natuurlijk waren er achteraf gezien signalen die ik heb genegeerd. Maar op dat moment kwam het als een totale verrassing. Ik kon niets meer, wist niets meer, had nergens nog zin in. Er was alleen blinde paniek. Als een schildpad die aan de voet van de Himalaya stond: ik had geen idee hoe ik over die berg zou geraken.’ 

Er was ook schaamte. Dat hem als coach zoiets overkwam. ‘Al die feelgoodzinnetjes die ik als coach gebruikte, zeiden me niets meer. Anything that doesn’t kill you, makes you stronger. Als je er middenin zit, heb je daar niets aan. Die tien maanden leken eindeloos te duren. Vandaag zie ik het eerder als een groot onderhoud. Ik heb er veel van geleerd dat ik nu kan gebruiken in mijn coachinggesprekken.’

Dewulf schaamt zich niet langer. ‘Ook topvoetballers hebben periodes dat ze de bal geen meter vooruit krijgen. Voor de buitenwereld ben ik succesvol: een ondernemer, coach, iemand die boeken schrijft en Tedx-lezingen geeft. Maar ook succesvolle mensen hebben zware dips. Ik vind het belangrijk erover te praten.’

Sommige mensen denken dat de verhoogde aandacht voor burnout tot meer burn-outs leidt.

Luk Dewulf: ‘Onzin. Het aantal burn-outs neemt toe, omdat de druk toeneemt. Op en naast de werkvloer. Mensen worden steeds banger om van job te veranderen. Tweeverdieners hebben een huis af te betalen, waardoor ze wel met twee moeten blijven werken en ze het risico om zonder vast werk te vallen niet willen nemen. Daardoor blijven mensen te lang hangen in jobs die hen niet liggen, op plekken die hen ziek maken. Ze durven de gouden kooi niet te verlaten, zelfs al glanst die kooi al lang niet meer. Het gevolg is dat er meer en ernstiger gevallen van uitputting en burn-out voorkomen.’

Wat is een burn-out precies?

Dewulf: ‘De Duits-Amerikaanse psycholoog Freudenberger beschreef het fenomeen voor het eerst in de jaren zeventig. Hij stelde vast dat veel hulpverleners emotioneel uitgeput raakten en hun motivatie verloren. Hij koos de term burn-out omdat hij bij mensen die eerst in vuur en vlam stonden voor hun job, de vlam bijna volledig zag uitdoven.’

‘Vandaag zijn er veel definities. Maar de essentie is: het is een energiestoornis die verband houdt met het werk. Bij mensen met een burn-out lopen de batterijen leeg op het werk. Daardoor geraken ze uitgeput, krijgen ze het gevoel dat ze hun werk niet meer aan kunnen, gaan ze twijfelen aan zichzelf. Kan ik het nog wel? Heeft het zin dat ik dit blijf doen? Na verloop van tijd sluiten ze zich af en verdwijnt de enthousiaste collega van weleer.’

‘In de burn-outstatistieken vind je alleen die mensen die ziek thuiszitten terug. Maar veel mensen met burn-outsymptomen of een burn-out blijven voortwerken. Sommigen doen met een burn-out zelfs hun hele loopbaan uit.’

Kan het iedereen overkomen?

Dewulf: ‘Iedereen. Soms - gelukkig steeds minder - hoor ik nog eens een captain of industry zeggen dat burn-out enkel luiaards treft. Het omgekeerde is waar. Meestal lopen de toppers in een organisatie - bevlogen mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel- een hoger risico. Bevlogenheid werkt doorgaans als een accu. Je kan dus geen burn-out krijgen door bevlogen te zijn. Maar er kunnen op het werk dingen gebeuren die de bevlogenheid in de weg staan. En dan loopt zo iemand sneller vast.’

‘In elke loopbaan zijn er periodes van succes en periodes dat je talent niet wordt gezien en je je energie verliest. Als dan de omstandigheden tegenzitten, kan het proces van twijfel in gang worden gezet, dat leidt tot burn-out. Net zoals je niet succesvol kan zijn zonder de anderen, krijg je geen burn-out zonder de anderen.’

Is de werkgever mee verantwoordelijk?

Dewulf: ‘Natuurlijk. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid, geen gedeelde schuld. De meeste burn-outs zijn relationeel. Relaties op het werk - vaak zelfs een verstoorde relatie met één persoon - veroorzaken het energieverlies. Een baas met wie je moeilijk kan communiceren, collega’s die projecten afsnoepen...’

‘In een goed functionerende partnerrelatie spelen positieve illusies een belangrijke rol. Je hebt van je partner een positiever beeld dan je partner van zichzelf heeft, en omgekeerd. Als de positieve illusie lang verstoord is, is er een relatiecrisis. Ook in werkrelaties zijn positieve illusies belangrijk. Doordat je collega’s en leidinggevende een positief beeld van je hebben, kan je jezelf overstijgen. Maar als ze een negatieve illusie over je hebben, zet dat een dynamiek in gang waardoor je aan jezelf begint te twijfelen en steeds minder kan.’

Spelen op de achtergrond vaak ook geen privéproblemen mee?

Dewulf: ‘Dat is een misvatting. Acht op de tien coachinggesprekken die ik voer, gaan hoofdzakelijk over het werk. Natuurlijk, als iemand lang met burn-outsymptomen rondloopt, kan de privésfeer besmet raken. Maar de oorzaak ligt op de werkvloer. Er is een duidelijk verschil tussen een burn-out en een depressie. Iemand met een burn-out stelt alles wat betrekking heeft met het werk in vraag, iemand met een depressie stelt zijn hele leven in vraag.’

Er is veel te doen rond preventie op het werk. Wat helpt?

Dewulf: ‘Sinds de wet van 1 september 2014 zijn bedrijven verplicht maatregelen te nemen om burn-outs te voorkomen. Bedrijven voeren risicoanalyses uit, zetten meldsystemen op. Sommigen investeren in opleidingen stressbeheersing en timemanagement, anderen in yogacursussen of kinderopvang.’ 

‘Je kan daar niet tegen zijn, maar volgens mij hebben die initiatieven vaak een averechts effect en worden werknemers er cynisch van. Er is maar één soort preventie die echt werkt: dat leidinggevenden oprechte gesprekken voeren met hun medewerkers. Vaak worden de pertinente vragen niet gesteld: ‘Waarom krijg je stress als ik je dit vraag? Hoe komt het dat je zo reageert als ik dit zeg? Waaraan ligt het precies dat dit wel lukt en dat niet?’

‘Ik word vaak ingehuurd door bedrijven om uitgevallen medewerkers te coachen. En dan hoor ik soms van werkgeverskant: ‘We zien het al tien jaar niet meer zitten met hem, maar hebben het hem nooit echt gezegd.’ Transparant leiderschap betekent dat je eerlijk bent tegen jezelf en je medewerkers, ook als het glas halfleeg is. Want op dat moment ga je als leidinggevende met een negatieve illusie naar je medewerker kijken. Je ziet meer wat iemand niet doet dan wat iemand goed doet. Je riskeert in een dynamiek te komen die mogelijk tot een burn-out leidt.’

Wat kan een werkgever nog doen?

Dewulf: ‘De beste manier om energieverlies en burn-out te voorkomen is ervoor zorgen dat mensen doen waar ze goed in zijn. Dat levert energie en laadt de batterijen op. Bedrijven investeren veel geld in opleidingen om hun mensen dingen te leren waar ze niet goed in zijn. Bijna alle klassieke assessments en competentiemodellen zijn daarop gebouwd: op het bijspijkeren van competenties waar je slechter op scoort. Geld dat je investeert in het beter worden in iets waar je al goed in bent, brengt nochtans veel meer op.’

Je kan mensen in een bedrijf toch niet laten doen wat ze graag doen?

Dewulf: ‘Toch wel. Werknemers zullen tot de beste resultaten komen, als ze maximaal vanuit hun talent kunnen werken. Hoe ze precies tot die resultaten komen, doet er minder toe. Stel dat iemand in je bedrijf schitterende strategische ideeën heeft, maar ze niet goed kan opschrijven. Dan kan je proberen die competentie te ontwikkelen, maar het zal veel moeite kosten. En de kans dat het lukt, is klein. Waarom niet gewoon aan een collega met een vlotte pen vragen hem te helpen?’

Hoe reageert een werkgever het best als een medewerker uitvalt?

Dewulf: ‘Veel werkgevers komen niet verder dan ‘oei’. Ze verkrampen. Mogen we iemand die thuiszit met een burn-out wel bellen om te vragen hoe het gaat? Natuurlijk wel. Laat iemand die een goede band heeft met die collega geregeld poolshoogte nemen. Je wil niet weten hoeveel werknemers thuis hun kas zitten op te vreten omdat er niemand naar hen informeert.'

'Vaak kunnen ze het werk niet loslaten, zitten ze hele dialogen in hun hoofd te voeren met collega’s en leidinggevenden. En ze worden steeds kwader omdat hun probleem niet wordt erkend. Ze potten al die woede op. Als dan uiteindelijk een gesprek volgt, gaat het mis. Het ei dat ze op tafel leggen, is zo groot geworden dat hun werkgever niets goeds meer kan doen.’

‘Om het aantal burn-outs drastisch terug te dringen moeten we allemaal onze houding veranderen. Niet alleen de werkgevers. Veel mensen die met een burn-out thuiszitten, durven bijna niet buiten te komen om iets leuks te gaan doen. Ze zijn bang voor de commentaren van buren en collega’s. Een van mijn belangrijkste adviezen aan mensen met een burn-out is dat ze, eens de ergste fysieke uitputting voorbij is, zo veel mogelijk activiteiten moeten doen die hun batterijen opladen.'

'Voor de een is dat een boek lezen, voor de ander wandelen, in de tuin werken, een citytrip maken. Als iemand met een burn-out op Facebook foto’s deelt van een uitstapje, betekent dat niet dat die persoon aan het profiteren is van zijn ziekteverlof.’

Toch beweert u dat veel mensen met burn-out er geen baat bij hebben thuis te zitten.

Dewulf: ‘Vaak kan het niet anders, als de veer breekt of als er lichamelijke klachten zijn die het werk onmogelijk maken. Maar voor veel mensen gaat het van kwaad naar erger en duurt het maanden voor ze, al dan niet met medicatie en begeleiding van een dokter, psycholoog, psychiater of coach de weg terugvinden naar het werk. Ze zitten tussen vier muren, met allerlei storende gedachten in hun hoofd. Met een gevoel van onvermogen. Zonder de mogelijkheid om te doen waar ze goed in zijn. Waardoor de lege batterijen nog veel leger worden. En zich niet opladen.’

Een klassieke denkfout is dat je met een burn-out het best thuisblijft tot je helemaal beter bent. Maar door thuis te zitten raak je nooit op het punt dat je sterk genoeg bent. Dus wordt dat ziekteverlof verlengd en verlengd. Het is een straatje zonder einde. Als werkgever laat je je werknemer best zo snel mogelijk terugkeren, eventueel tijdelijk in een andere context, zodat hij zijn talenten zo veel mogelijk kan uitspelen en zo weinig mogelijk last heeft van de dingen die energie wegvreten.’

Hoe kan het anders?

Dewulf: ‘Door in te grijpen voor iemand uitvalt. Als organisatie kan je ervoor zorgen dat iemand tijdelijk niet meer in aanraking komt met een bepaalde context of persoon. Dat is natuurlijk niet altijd mogelijk, en het leidt soms tot onbegrip bij anderen. Toch kan zo’n beslissing ertoe leiden dat iemand zijn kracht terugvindt.’

Wat vindt u van de plannen van de regering om langdurig zieken verplicht te activeren? Een zieke die een dag per week gaat werken, behoudt dit jaar zijn uitkering. Wie meer werkt, ziet ze evenredig afnemen.

Dewulf: ‘Ik juich het toe dat de regering het voor langdurig zieken gemakkelijker maakt om terug te keren naar de werkvloer. Maar de dreigende taal over verplichte activering moet stoppen. Ze maakt mensen met een burn-out alleen maar zieker. Stel het je even voor: je hebt je hard ingezet, bent zwaar over je grenzen gegaan, en dan dreigen ze ermee je terug te sturen naar de plek waar je ziek bent geworden of word je gedwongen eender welke job te aanvaarden...’

U organiseert sinds kort talentstages voor mensen die van een langdurige burn-out herstellen. Hoe werkt dat?

Dewulf: ‘Als we het aantal langdurige burn-outs drastisch omlaag willen krijgen, is er nood aan meer experimenten en modelprojecten. Ik heb het afgelopen jaar een vzw opgericht waarmee ik alternatieve manieren onderzoek om mensen die al jaren thuiszitten met een zware burn-out opnieuw te integreren. Eerst zoeken we uit welke hun talenten zijn en wat hun energie geeft? Daarna zoek ik naar een plek waar ze tijdelijk kunnen doen waar ze goed in zijn. De eerste stages zijn echt een succes. Mensen krijgen vertrouwen, worden weerbaar. ’

U verwijt politici en vakbonden een dubbele moraal. Waarom?

Dewulf: ‘Politici besteden meer aandacht aan burn-out dan vroeger. Verschillende ministers nemen initiatieven. Maar er is een dubbel discours ontstaan, wat volgens mij tot meer in plaats van minder burn-outs leidt. Want tegelijk zijn politici mee verantwoordelijk voor het klimaat van angst en onrust.'

'Je hoort constant dat de welvaart onder druk staat, dat bespaard moet worden, dat volgende generaties het minder goed zullen hebben. Dat kan allemaal waar zijn, maar ik verwacht van politici dat ze een positief toekomstproject formuleren. Iets waar mensen zich achter kunnen scharen. Angst, onrust en het gevoel geen keuze te hebben dragen bij tot de spectaculaire toename van burn-outs.’

Hebben de vakbonden geen dubbele moraal?

Dewulf: ‘Ja. Het zijn vaak de vakbonden die maatregelen tegenhouden die organisaties flexibeler maken. Ze zijn bang dat meer flexibiliteit tot wantoestanden en willekeur leidt, tot ongelijke behandeling van werknemers. Ik begrijp hun angst, maar de effecten zijn nefast.’

Een Franse wet wil burn-outs bestrijden door werknemers in hun vrije tijd het recht te geven hun werkmail af te zetten.

Dewulf: ‘Mij zal je niet horen zeggen dat iemand fout bezig is als hij zijn mails leest tijdens zijn vakantie. Luister vooral niet naar ongevraagde adviezen over hoe jij je vrije tijd moet invullen. Iedereen is anders. Over jouw vrije tijd mag je je door niemand schuldgevoelens laten aanpraten. Het is wel voor iedereen raadzaam voldoende vrije tijd te nemen. Elk uur dat je opgaat in een activiteit zonder aan je werk te denken, laadt de batterijen op.’

Wat is uw belangrijkste advies voor wie een burn-out wil vermijden.

Dewulf: ‘Sta altijd met één been in en één been buiten je organisatie. Zorg dat je aantrekkelijk blijft voor andere werkgevers. Zorg dat je ergens in je achterhoofd een alternatief hebt, zodat je een keuze hebt als je op het werk in een conflictsituatie terechtkomt of meegezogen wordt in een dynamiek die je naar beneden trekt.’

‘Ik besef dat dat een luxeperspectief is. Het veronderstelt dat je de mogelijkheden, de kansen en de leeftijd hebt om van job te kunnen veranderen. Er is niet altijd werk. Mensen zitten soms in gezinssituaties waardoor ze geen enkel risico kunnen nemen. We gaan niet alle burn-outs kunnen tegenhouden, maar wel veel.’

(Bron: De Tijd)

03/02/2017