Op zoek naar informatie over een psychische klacht of aandoening?

Klik hier voor een A-Z overzicht van enkele belangrijke psychische klachten »

Tijd om normaal te doen over psychische problemen

Wordt jouw kind gepest? Zo pak je dat het beste aan

In onze reeks "Omgaan met..." komen we uit bij Gie Deboutte. Een week voor de Vlaamse Week tegen Pesten van start gaat, nemen we de tips van deze pestdeskunidie over die hij in Visie gaf. De ‘Week tegen Pesten’ loopt van vrijdag 17 tot vrijdag 24 februari en wordt georganiseerd door het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten

Het is de schrik van elke ouder: op een dag komt je zoon of dochter in tranen thuis omdat het op school slachtoffer is van pesterijen. Vooraleer u boos verhaal wil halen of uw kind met goedbedoelde raad weer naar buiten stuurt, denk twee keer na.

1. Luisteren is belangrijker dan overhaast ingrijpen.

Niet alle kinderen vertellen meteen wat er aan de hand is. Maar elke ouder merkt het wel op als er iets aan de hand is. “Gedraagt je zoon of dochter zich plots een stuk stiller of net agressiever dan anders, probeer dan eens te polsen wat er scheelt”, aldus Deboutte in een interview met ‘Visie’. “Je kan bijvoorbeeld ook vragen of zin hebben om het op te schrijven of het met een tekening te zeggen. Benadruk dat je zeker niet meteen actie zal ondernemen, maar gewoon wil luisteren. Forceer niets, het feit dat je al opgemerkt hebt dat er iets is, doet ook al deugd.”

2. Vlooi uit hoe ernstig het is.

Gaat het om pesten, om eerder over plagen? Volgens Deboutte kan je de ernst van situatie aftoetsen aan vier criteria. “Is je kind overstuur, raakt het hem of haar? Is het al langer bezig? Gaat het altijd om dezelfde persoon of groep? En wordt er geen rekening gehouden met de gevoelens of de reactie van je kind? Is het antwoord telkens ‘ja’, dan gaat het om pesten. Denk niet dat dit vanzelf zal overwaaien. Meer nog, hoe langer het zwijgen aanhoudt, hoe meer invloed de pester krijgt.” 

Ouders moeten dus wel op tijd tussen komen. “Maar vermijd wel om rechtstreeks contact op te nemen met de ouders van de pester”, aldus nog Deboutte. “Vaak loopt dit niet goed af.”

3. Ga op zoek naar een tussenpersoon.

Zo maar wat goedbedoelde adviezen geven, in de hoop dat je kind zo de pester(s) van zich afhoudt, is ook een slecht idee. “Probeer vooral begrip te tonen voor je kind. Dat hij weet dat ten minste één iemand aan zijn kant staat. Vraag daarna aan welke vertrouwenspersoon (op school, red.) het kind het probleem zou willen vertellen, mocht het daar zin in hebben. Vraag vervolgens waar het kind bang voor is en welke dingen echt niet zouden mogen gebeuren.” Zo ziet je zoon of dochter het bijvoorbeeld niet zitten dat de pester rechtstreeks wordt gestraft en zo als klikspaan wordt nagewezen door de rest van de klas.

4. Vraag om in te grijpen op het moment dat het gebeurt.

Zelf de speelplaats op rennen om de pester aan te pakken, is uit den boze. Beter is de vertrouwenspersoon vragen om heel aandachtig te zijn. “Wanneer er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, kan de vertrouwenspersoon of een collega dan op dat moment de pester aanspreken en zijn gedrag duidelijk veroordelen”, aldus Deboutte. “Zo heeft de gepeste niet ‘geklikt’ en wordt het probleem toch aangepakt.”

5. Maak werk van een goede relatie met je kind.

Pesterijen voorkomen, kan je niet. Maar kinderen die een heel open contact hebben met hun ouders gaan volgens Deboutte beter om met negatieve emoties. “Maak bewust tijd om met je kind te praten. Vraag naar zijn of haar interesses, pols eens vaker naar hoe het met hem of haar gaat. Ook als je te horen krijgt dat jouw kind een ander kind pest. Begin niet meteen te veroordelen, maar ga op zoek naar het onderliggende probleem: vaak liggen pesters evengoed in de knoop met zichzelf. Stel duidelijk je grenzen en leg uit wat je niet aanvaardbaar vindt. Ga niet voor een flauwe ‘sorry’, maar laat je kind zelf een goedmaakactie voor het slachtoffer bedenken. De kans is groter dat het echt gemeend is.”

(Bron: Het Nieuwsblad)

14/02/2017